Straffen, schorsen en verwijderen

Straffen

  1. Een leerling die handelt in strijd met de voorschriften die gelden binnen de school, kan gestraft worden. De straf moet doelmatig, noodzakelijk, zorgvuldig en in verhouding zijn.
  2. Voor zaken die gedrag en studiehouding in de klas betreffen, voert de betrokken docent de straf uit.
  3. Bij verwijdering uit de les meldt de leerling zich onmiddellijk bij het time-outlokaal.
  4. De straf bij verwijdering uit de les wordt uitgevoerd door de docent na overleg met de teamleider.
  5. Bij herhaaldelijke of ernstige vergrijpen kan er worden overgegaan tot schorsing of verwijdering. Dit is ter beoordeling van de teamleider.
  6. Bij vernielingen of beschadigingen aan gebouw of inventaris worden leerlingen/ouders aansprakelijk gesteld. De school doet in dat geval altijd aangifte.

Met betrekking tot de schorsing van leerlingen gelden de volgende regels.

  1. De voorzitter van de Centrale Directie kan met opgave van reden(en) een leerling voor een periode van ten hoogste één week schorsen.
  2. De locatiedirecteur kan met opgave van reden(en) een leerling voor een periode van ten hoogste twee dagen schorsen.
  3. Het besluit tot schorsing wordt schriftelijk aan de betrokken leerling en, als deze nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt, ook aan de ouder(s), voogd(en) of verzorger(s) van de leerling bekendgemaakt.
  4. De voorzitter van de Centrale Directie brengt de inspectie van een schorsing voor een periode langer dan één dag schriftelijk en met opgave van reden(en) op de hoogte.

Met betrekking tot de verwijdering van leerlingen geldt het volgende.

  1. Er kan pas een definitief besluit tot verwijdering worden genomen door de voorzitter van de Centrale Directie nadat de leerling, en als hij jonger is dan 18 jaar ook zijn ouder(s)/voogd(en)/verzorger(s), is/zijn gehoord. Een leerling wordt op grond van onvoldoende vorderingen niet in de loop van een schooljaar verwijderd.
  2. Definitieve verwijdering van een leerplichtige leerling gebeurt alleen na overleg met de inspectie. Hangende dit overleg kan de leerling worden geschorst. Het overleg is mede bedoeld om na te gaan op welke andere manier de betrokken leerling onderwijs kan volgen.
  3. Een leerling op wie de Leerplichtwet van toepassing is, mag alleen worden verwijderd nadat het bevoegd gezag, c.q. de voorzitter van de Centrale Directie, ervoor heeft zorg gedragen dat een andere school of instelling bereid is de leerling toe te laten.
  4. De voorzitter van de Centrale Directie brengt de inspectie van een definitieve verwijdering schriftelijk en met opgave van reden(en) op de hoogte.
  5. Het besluit tot definitieve verwijdering van een leerling wordt schrifte-lijk en met opgave van reden(en) aan de leerling en, indien deze nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt, ook aan diens ouder(s), voogd(en) of verzorger(s), bekendgemaakt. Hierbij wordt tevens vermeld dat belanghebbenden binnen zes weken na de bekendmaking bezwaar kunnen maken bij het College van Bestuur van LVO.
  6. Het College van Bestuur beslist binnen vier weken na ontvangst van het bezwaarschrift, maar niet eerder dan nadat de leerling en, indien deze nog niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, ook diens ouder(s), voogd(en) of verzorger(s), in de gelegenheid is/zijn gesteld, te worden gehoord en kennis heeft/hebben kunnen nemen van de op die besluiten betrekking hebbende adviezen of rapporten.
  7. Als de ouders een geschil aanhangig hebben gemaakt bij de ‘Tijdelijke geschillencommissie toelating en verwijdering’, ook wel aangeduid als ‘Geschillencommissie passend onderwijs’, neemt het College van Bestuur de beslissing op bezwaar pas nadat de commissie haar oordeel heeft gegeven. De termijn voor het nemen van de beslissing op bezwaar wordt opgeschort voor de duur van de procedure bij de commissie.
  8. Het College van Bestuur kan de desbetreffende leerling, gedurende de behandeling van het bezwaar tegen een besluit tot definitieve verwijdering, de toegang tot de school ontzeggen.