Schoolexamen

Vanaf klas VMBO3 en HAVO/VWO4  worden toetsen gegeven die meetellen voor het eindexamen. Rapportage van de schoolexamenonderdelen vindt plaats via het schoolexamenrapport. Op dit rapport worden de cijfers weergegeven met 1 cijfer achter de komma. Deze resultaten kunnen dus betrekking hebben op een voorgaand schooljaar of voorgaande schooljaren. De inrichting van het schoolexamen per vak staat in het Programma van Toetsing (PTA). Dit vindt u in de linker kolom van deze pagina. De algemene regels voor het schoolexamen zijn te vinden in het examenreglement. Dit reglement is te vinden op dezelfde plaats op de site. Alle leerlingen dienen op de hoogte te zijn van de inhoud van het PTA en van het reglement.

Overhoring: een toetsing over het huiswerk, schriftelijk of mondeling, over de lesstof van maximaal 2 lessen; een overhoring over vocabulaire/ idioom kan gaan over het huiswerk van meer dan 2 lessen.

Kleine toets: een toets waarvan de stofomvang, als regel, wordt beperkt tot vier à tien lesuren.

Grote toets: een toets die, als regel, gaat over hoofdzaken, getoetst in (een) kleine toets(en) en nabesproken, met uitzondering van de stof behandeld tussen de laatste kleine toets en de grote toets; voor moderne talen kunnen sommige vaardigheden als grote toets worden getoetst.

Aan de cijfers voor grote toetsen wordt voor de totstandkoming van het rapportcijfer een factor toegekend, die een veelvoud is van een kleine toets.

Overige opdrachten en beoordelingen: scripties, verslagen, werkstukken e.d., evenals beoordeling van de studiehouding; in alle gevallen wordt van te voren aangegeven onder welke van de drie voorgaande definities de opdracht of beoordeling valt, voor wat betreft vaststelling cijfer, beoordeling en planning.

Met betrekking tot cijfergeving en rapportage geldt het volgende:

A. Trimester- en eindcijfers op het rapport zijn altijd cijfers van 1 tot en met 10; voor de brugklas zijn het bij het decemberrapport cijfers van 3 tot en met 10. De eindcijfers op het rapport zijn gehele cijfers.
B. Rapportcijfers worden bepaald door het rekenkundig gemiddelde van de cijfers voor toetsen, overhoringen, overige opdrachten en beoordelingen.
C. Rapportcijfers die worden bepaald op basis van minder dan 1 of 2 toetscijfers kunnen bij besluit van de directie buiten beschouwing worden gelaten bij de overgangsnormen.
D. Leerlingen noteren alle cijfers van hun toetsen op een cijferkaart.